Ontruimen in de zorg: waarom artikel 6.20 Bbl nú zoveel druk geeft
De verplichting om te zorgen voor voldoende ontruimers bij brand is niet nieuw. Artikel 6.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt inhoudelijk dezelfde eis als het voormalige artikel 7.11a uit het Bouwbesluit. Toch ervaren veel zorginstellingen deze verplichting vandaag de dag als uitdagender dan ooit.
Dat komt niet doordat de wet is aangescherpt, maar doordat de context en omstandigheden waarin zorginstellingen moeten opereren sterk is veranderd. De zorg staat onder druk door personeelstekorten, toenemende zorgzwaarte (vergrijzing), financiële beperkingen en een toenemend gebruik van tijdelijke krachten. Tegelijkertijd zien we dat het bevoegd gezag en/of brandweer nadrukkelijker aandacht besteden aan artikel 6.20 in toezicht en handhaving. Juist die combinatie maakt het organiseren van voldoende ontruimingscapaciteit tot een uitdagend en urgent vraagstuk.
Waarom ontruimen in de zorg anders werkt dan in andere sectoren
In veel kantooromgevingen kan een ontruiming grotendeels zelfstandig verlopen, omdat medewerkers over het algemeen voldoende zelfredzaam zijn en beperkt tot niet afhankelijk zijn van hulp bij een ontruiming. In zorginstellingen ligt dat fundamenteel anders. Cliënten, patiënten en bewoners zijn vaak geheel of gedeeltelijk hulpafhankelijk en kunnen bij brand niet zonder begeleiding snel genoeg naar een veilige plek. Denk aan bewoners die rolstoelgebonden of bedlegerig zijn, cliënten met beperkte mobiliteit of gesloten afdelingen waar onvoorspelbaar gedrag een rol speelt.
In zulke situaties is ontruimen geen kwestie van alleen “het gebouw verlaten”, maar van begeleiden, ondersteunen en soms fysiek helpen. Dat maakt de beschikbaarheid van voldoende mensen tijdens een incident cruciaal, zeker tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten waar de bezetting minimaal is. Het gesprek in de zorg verschuift daardoor van de vraag hoeveel BHV’ers er zijn, naar de vraag hoe voldoende ontruimingscapaciteit realistisch kan worden georganiseerd met de mensen die daadwerkelijk aanwezig zijn. En precies dát is het vraagstuk waar artikel 6.20 Bbl zorginstellingen toe dwingt.
Wat artikel 6.20 vraagt – en wat niet
Artikel 6.20 van het Bbl schrijft geen vaste aantallen voor en benoemt geen specifieke functies. Het begrip “BHV’er” komt niet voor in het artikel. De wet spreekt uitsluitend over 'voldoende aangewezen personen' om de ontruimings bij brand voldoende snel te laten verlopen. Dat betekent dat in principe iedere medewerker of inhuurkracht deze rol kan vervullen, mits aantoonbaar geïnstrueerd/opgeleid en voldoende geoefend om cliënten en/of bewoners bij brand voldoende snel te ontruimen. Dit was onder het voormalige artikel 7.11a uit het Bouwbesluit niet anders.
De kern van de verplichting is dat zorginstellingen moeten kunnen aantonen dat er voldoende ontruimingscapaciteit aanwezig is om een veilige en tijdige ontruiming mogelijk te maken. Het artikel geeft daarbij geen expliciete definitie van wat een ontruimer precies is of hoeveel er nodig zijn. Juist die open norm zorgt in de praktijk voor vragen en onzekerheid bij zorginstellingen.
Daarom vraagt artikel 6.20 om een doordachte afweging van meerdere factoren, zoals de zelfredzaamheid van bewoners, de bouwkundige indeling en compartimentering van het gebouw, de beschikbare personele bezetting per dienst en de wijze waarop een ontruiming in de praktijk wordt georganiseerd en aangestuurd. De antwoorden op die vragen zijn zelden eenduidig en verschillen per locatie, doelgroep en zorgcontext.
Wist je dat?
Inprevo voert artikel 6.20-berekeningen uit op basis van de Handreiking artikel 6.20 Bbl Ontruimen bij zorgfuncties van Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V. Daarmee wordt objectief vastgesteld of een zorgorganisatie beschikt over voldoende ontruimingscapaciteit.
Blijkt uit de berekening dat dit niet het geval is, dan adviseren wij over passende bouwkundige, installatietechnische en organisatorische (BIO) maatregelen om alsnog een veilige en aantoonbare situatie te realiseren.
De rolverdeling in de praktijk: BHV en ontruimers
In de praktijk zien we dat steeds meer zorginstellingen kiezen voor een bredere inzet van ontruimers, naast een kleinere kern van BHV’ers. Niet alleen om zo te voldoen aan artikel 6.20 Bbl, maar ook omdat deze inrichting beter aansluit bij de dagelijkse realiteit van de zorg. Volledige BHV-opleidingen zijn kostbaar en niet altijd alleen noodzakelijk voor grote groepen medewerkers. Het zijn juist de personen die kunnen ondersteunen bij een ontruiming waar de grootste capaciteitsvraag zit.
Zorginstellingen gebruiken artikel 6.20 daarom steeds vaker om te onderbouwen hoeveel ontruimers nodig zijn. Tegelijkertijd kan per locatie, op basis van maatgevende factoren, worden bepaald hoeveel BHV’ers tenminste nodig zijn om aanvullende taken uit te voeren, zoals het bestrijden van een beginnende brand of het verlenen van levensreddende eerste hulp. De nadruk verschuift daarmee van uitsluitend het aantal BHV’ers naar ook de vraag of er voldoende personen aanwezig zijn om cliënten en bewoners voldoende snel te kunnen ontruimen.
Ontruimers zijn medewerkers die, ongeacht hun functie, zijn geïnstrueerd/opgeleid en geoefend om cliënten of bewoners bij brand voldoende snel te begeleiden naar een veilige plek en voldoende kennis hebben van de locatie. Steeds vaker worden brede groepen medewerkers hierin meegenomen, zodat ook bij minimale bezetting, bijvoorbeeld tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten, voldoende ontruimingscapaciteit aanwezig is.
Hoe zorginstellingen dit nu praktisch borgen
In de praktijk zijn er verschillende manieren waarop zorginstellingen hun BHV- en ontruimingsorganisatie inrichten om te voldoen aan artikel 6.20. Sommige organisaties kiezen ervoor het aantal BHV’ers te beperken tot een kleine kern met een coördinerende rol, aangevuld met een bredere groep ontruimers. Andere instellingen behouden hun bestaande BHV-structuur, maar differentiëren in rollen en verantwoordelijkheden.
Welke keuze passend is, hangt af van factoren zoals zorgzwaarte, gebouwopzet, bezetting per dienst en financiële haalbaarheid. Er is geen standaardmodel dat voor iedere zorginstelling werkt. Juist daarom vraagt artikel 6.20 om bewuste beleidskeuzes: wat organiseren we centraal (kaderstellend), wat per locatie (maatwerk) en hoe borgen we beiden in beleid?
Deze beleidskeuzes gaan uit van realisme. Niet van theoretische normen, maar van wat daadwerkelijk werkt tijdens een nachtdienst met beperkte bezetting en cliënten of bewoners die niet zelfstandig kunnen vluchten. Daarmee wordt ontruimen geen los opleidingsvraagstuk, maar een integraal onderdeel van het veiligheidsbeleid.
Van beleidsvraagstuk naar werkbare invulling
Het organiseren van voldoende ontruimers is daarmee geen los opleidingsvraagstuk, maar onderdeel van een bredere veiligheidsstrategie. Zorginstellingen zoeken naar manieren om deze uitdaging werkbaar te maken, zonder extra druk te leggen op roosters of zorgteams die al zwaar belast zijn, en zonder buitensporige kosten te maken.
Die zoektocht vraagt om oplossingen die aansluiten op de dagelijkse zorgpraktijk: laagdrempelig, herhaalbaar en toepasbaar in iedere dienst. Niet als vervanging van beleid of training, maar als ondersteuning daarvan. In die context kiezen steeds meer zorgorganisaties voor aanvullende instructievormen die medewerkers praktisch voorbereiden op hun rol tijdens een ontruiming, zonder dat dit leidt tot lange opleidingsmomenten of extra planningslast.
Korte, zorgspecifieke e-learnings worden daarbij steeds vaker ingezet om ontruimings- en locatiekennis breed en consistent te borgen. Ze maken het mogelijk om grote groepen medewerkers te betrekken bij veiligheid, ook in organisaties met hoge personeelswisselingen en minimale bezetting in de nacht.
Tot slot
Artikel 6.20 Bbl vraagt niet zozeer om méér regelgeving, maar om betere keuzes in de uitvoering. Zorginstellingen die proactief inzicht creëren in hun ontruimingscapaciteit en dit borgen in beleid, voorkomen dat veiligheid een extra last wordt. Zo blijft de focus waar die hoort: op goede en toekomstbestendige zorg, in een veilige omgeving.
Van inzicht naar een werkbare invulling
Artikel 6.20 vraagt om onderbouwde keuzes:
hoe organiseer je voldoende ontruimingscapaciteit over dag-, avond- en nachtdiensten, zonder extra druk op roosters of zorgteams en zonder buitensporige kosten?
Steeds meer zorginstellingen kiezen voor een laagdrempelige instructie voor medewerkers die een rol hebben bij ontruiming. Zo wordt capaciteit vergroot op een manier die past bij de dagelijkse zorgpraktijk.